Verschijningsplicht, waar hebben we het nu helemaal over

De voorvechters van steeds meer slachtofferrechten kunnen weer een succesje op hun erelijst bijschrijven. Verdachten zullen verplicht worden om in de zittingszaal aanwezig te zijn wanneer slachtoffers (daaronder begrepen nabestaanden) gebruik maken van het spreekrecht. Qua wetgeving zijn er weinig hobbels te nemen, alles dat pro slachtoffer is scoort en met tegengas geven krijg je de handen niet op elkaar, dat is politiek te link. Bezwaren worden vrij eenvoudig weggewuifd. Allereerst het toch inmiddels old school én onzin argument dat het tijd wordt dat we aan het slachtoffer gaan denken want alles draait om de verdachte. Dan het argument dat zo’n verschijning voor de verdachte nauwelijks iets voorstelt en hij nu meestal ook al aanwezig is. Dit terwijl de aanwezigheid van de verdachte voor het slachtoffer van groot belang is wordt dan steeds gezegd.

We kunnen vaststellen dat de verschijning van de verdachte voor de rechter niet noodzakelijk is om tot de beslissingen te komen die hij moet nemen. Vaak wel wenselijk maar niet noodzakelijk. Wanneer die aanwezigheid in een enkel geval voor de rechter (!) wel noodzakelijk is dan kan de rechter de verdachte ook nu al verplichten om te verschijnen. Op verdachten kunnen dwangmiddelen worden toepast. Buiten het dwangmiddel voorlopige hechtenis kennen we alleen dwangmiddelen die noodzakelijk worden geacht in het kader van het strafrechtelijk onderzoek, in ruime zin. Denk aan DNA-afname, vingerafdruk nemen, opname PBC etc. Kernbegrip is de noodzakelijkheid. Daders zijn ook onderwerp van dwangmiddelen, bijvoorbeeld de executie van een opgelegde straf. Noodzakelijkheid is dan niet vereist. De verschijning van de verdachte ter zitting is zoals gezegd niet noodzakelijk. Dat betekent dat de wetgever met het invoeren van deze verplichting een principiële grens passeert. Voor het eerst wordt een verdachte gedwongen tot een niet noodzakelijke handeling. Met het argument dat het slachtoffer de verdachte in de ogen wil kijken. Maar het slachtoffer wil niet de verdachte in de ogen kijken, het slachtoffer wil de dader in de ogen kijken, met recht overigens. Deze hobbel kan alleen maar genomen worden door “voor het gemak” aan te nemen dat de verdachte ook de dader is en daarnaar te handelen. Alleen dan immers kijkt het slachtoffer de dader in de ogen wanneer hij naar de verdachte kijkt. In een systeem dat deze praktijken faciliteert, ja zelfs voorschrijft is de onschuldpresumptie losgelaten. Het hellend vlak waar we al langer op zitten gaat steeds meer hellen.

Tot slot is het wel aardig om te vermelden dat de minister bij de uitvoering van zijn plan rekent op uw aller medewerking. Wanneer u massaal de minister zijn zin zou geven door te besluiten voortaan dan maar altijd te gaan – en waarom dan ook niet meteen alle raadkamerzittingen – kunnen de hazen opeens anders gaan lopen, dan gaat het immers – veel – geld kosten. Het loopt nu immers al niet zo lekker met het transport.

Peter Plasman

Peter Plasman

strafrechtadvocaat bij Plasman Advocaten