Penitentiair dossier

Voor alle gedetineerden en deelnemers aan een penitentiair programma wordt door de Afdeling Detentie en Re-integratie een penitentiair dossier aangelegd, ook wel een pendossier genoemd. Daarnaast wordt voor alle gedetineerden een inrichtingsdossier aangemaakt. In deze bijdrage worden de basisregels met betrekking tot het pendossier uiteen gezet.

Inhoud van het dossier
Het pendossier en de daarin opgenomen informatie wordt gebruikt bij de monitoring van gedetineerden tijdens detentie. Het dossier is onder meer belangrijk bij het beoordelen van een overplaatsingsverzoek van een gedetineerde. In artikel 36 en 37 van de Penitentiaire maatregel (hierna: Pm) staat welke stukken er in het pendossier moeten worden opgenomen. In het pendossier staan onder andere overzichten van detentieperiodes, selectievoorstellen, registratiekaarten, de belangrijkste justitiële documenten (bijvoorbeeld uw vonnis) en uitslagen van urinecontroles. Op grond van artikel 54 lid 1 Pbw maakt de directeur van iedere strafoplegging een aantekening, die ook wordt opgenomen in het pendossier. Ook in detentie wordt er dus een soort strafblad van u bijgehouden.

Bewaartermijn van het dossier
Het pendossier gaat bij een overplaatsing met de gedetineerde mee. Als de gedetineerde vrijkomt stuurt de directeur het pendossier naar de Minister. Het dossier wordt vanaf dat moment tien jaar bewaard.

Inzagerecht
Op grond van artikel 15 AVG heeft een gedetineerde in beginsel recht op inzage in zijn pendossier. Het verzoek om inzage wordt gedaan bij de directeur van inrichting, deze moet binnen vier weken een beslissing nemen. Op grond van de rechtspraak van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (hierna: RSJ) mag van de gedetineerde gevraagd worden waarom hij inzage wenst. Als de directeur beslist om u inzage te geven, dan geldt dit in beginsel voor het hele pendossier. Als u inzage in uw pendossier krijgt, wil dit niet zeggen dat u een kopie van stukken uit het dossier krijgt. Dit laatste moet volgens de RSJ apart gevraagd worden en hier kunnen voorwaarden aan gesteld worden. Van de gedetineerde wordt verwacht dat hij duidelijk aangeeft van welke stukken hij een kopie wenst en hieraan kunnen kosten aan verbonden zijn. Een gedetineerde hoeft echter geen urgente reden voor het verzoek tot inzage te hebben.
Niet alleen gedetineerden hebben inzagerecht, ook de Minister, de selectiefunctionaris en de directeur kunnen dit volgens de RSJ hebben. Het recht op inzage kan geweigerd worden, maar hierbij moet volgens de RSJ een belangenafweging gemaakt worden. Weigering van het recht op inzage is enkel mogelijk indien dit noodzakelijk is. Weigering kan bijvoorbeeld op grond van de bescherming van de veiligheid van de Staat of derden.

Verzoek om correcties
Als u na de inzage van oordeel bent dat de gegevens onjuist zijn, het doel van de verwerking onvolledig en niet ter zake dienend of op een andere manier in strijd met een wettelijke voorschrift, dan kunt u de directeur vragen om de gegevens te corrigeren op grond van artikel 16 AVG. Het gaat hierbij niet alleen om verbeteringen, maar ook om het verwijderen van gegevens. Als u geen inzage krijg, kan de juistheid van de informatie uit het pendossier op grond van artikel 40 lid 1 Pm door een onafhankelijke getoetst worden.

Klachten
Het is voor gedetineerden mogelijk om een klacht in te dienen over een beslissing die de directeur neemt op het verzoek tot inzage in of correctie van het dossier. Op het moment dat u zich niet kunt vinden een beslissing van de directeur over het penitentiair dossier kunt u zich altijd tot ons kantoor wenden. Wij kunnen u dan adviseren over de te nemen stappen met betrekking tot uw klacht.

mw. mr. B.N.R. Maenen – Advocaat
mw. mr. S.N.M. Lousberg – Juridisch medewerker
Van Berge Henegouwen Advocaten

Sjoerd van Berge Henegouwen

Sjoerd van Berge Henegouwen

strafrechtadvocaat bij van Berge Henegouwen advocaten