Hoger beroep:een gokje wagen?

Een cliënt heeft mij verzocht hem bij te staan. Hij was in eerste aanleg veroordeeld en had hier een relatief lage straf voor gekregen. Zijn vorige raadsman had hoger beroep ingesteld en een getuigenverhoor ingepland. Deze cliënt vroeg mij om advies en ik heb hem de risico’s voorgehouden. Tijdens ons gesprek kwam al snel naar voren dat met name het oproepen van deze specifieke getuigen een groot risico met zich meebracht. Zij konden nadelig(er) gaan verklaren tegen cliënt waardoor hem mogelijk een grotere rol kon worden toegeschreven. Gevolg hiervan zou kunnen zijn dat hij een veel hogere straf krijgt. Cliënt besloot in voornoemde situatie om niet te gaan gokken en heeft mij verzocht om het hoger beroep bij het gerechtshof in te trekken.

In de praktijk wordt er vaak hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank. Dit is niet zonder risico. Het komt regelmatig voor dat een verdachte bij het gerechtshof een veel hogere straf krijgt opgelegd dan bij de rechtbank. Daarom wordt er vaak door strafrechtadvocaten gezegd: appelleren (hoger beroep) is riskeren. Het hoger beroep is een nieuwe behandeling van de zaak en daarom een belangrijk rechtsmiddel. In zijn algemeenheid geldt dat het hoger beroep binnen 14 dagen moet worden ingesteld na de einduitspraak.

Het doel van het beroep is dat een hogere rechter de zaak voor de tweede maal behandelt en het concentreert zich zodoende meestal op de betwiste punten. Het voordeel is dat een hogere rechter van het gerechtshof de volledigheid en juistheid van het eerste vonnis beoordeelt. Hierdoor zou de “waarheid” beter naar voren kunnen komen. Keerzijde is dat de zaak inmiddels ouder is geworden en de herinneringen van cliënt en getuigen ook. Daarom wordt door het gerechtshof dikwijls teruggegrepen naar het tijdens de eerste zitting geproduceerde bewijsmateriaal. Het instellen van het hoger beroep is een keuzemogelijkheid voor zowel het openbaar ministerie als de verdachte.

Het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum analyseerde zo’n 23.000 strafzaken. Uit dit onderzoek blijkt dat in 35% de onvoorwaardelijke celstraf in hoger beroep omlaag ging. In 51% van de strafzaken bleef de onvoorwaardelijke celstraf gelijk. En bij slechts 14% moesten de veroordeelden langer achter de tralies blijven. Deze percentages lijken gunstig alleen de veroordeelden die reeds eieren voor hun geld hebben gekozen – waarschijnlijk door een weloverwogen risicocalculatie – zijn vanzelfsprekend niet meegerekend. Het duurt gemiddeld 1 jaar voordat het hoger beroep voorkomt. Als de veroordeelde die niet in voorlopige hechtenis zit zich in de tussentijd goed gedraagt en een goede advocaat dit punt scherp naar voren brengt valt de straf wellicht lager uit. Door capaciteitsproblemen kan het ook nog langer dan 1 jaar duren en in dat geval krijgt de veroordeelde een kleine “korting” op zijn celstraf.

De taak van een goede advocaat is om zoveel mogelijk uit de kast te halen om een vrijspraak te realiseren of een eventuele schuld te verzachten. Ieder mogelijk bewijsmiddel dat voor onschuldigheid pleit van de verdachte moet door zijn advocaat aan de rechter worden voorgehouden. Twijfel wekken is immers een zeer belangrijke taak voor een advocaat. Een rechter die geen twijfel heeft oordeelt te makkelijk. Een goede advocaat moet zijn cliënt ook informeren dat het instellen van hoger beroep grote risico’s met zich meebrengt. Daarom moet voor het instellen van hoger beroep de voors en tegens door de verdachte samen met zijn advocaat zorgvuldig worden doorgenomen en afgewogen. De nieuwe uitspraak kan immers leiden tot een minder gunstige straf. Denk dus zeer goed na alvorens u hoger beroep gaat instellen. In sommige gevallen blijft een “gokje” wagen een prima keuze.

Aby Gazan

Aby Gazan

advocaat bij Kellermann Advocatuur