Het Openbaar Ministerie krijgt in Luxemburg een deksel op zijn neus

Het OM is volgens het Hof van Justitie van de EU géén rechterlijke autoriteit die een Europees aanhoudingsbevel mag uitvaardigen

In 2002 had de Raad van de Europese Unie een kaderbesluit vastgesteld onder welke voorwaarden een persoon van de ene lidstaat aan de andere lidstaat zou mogen worden overgeleverd. Dit om overleveringsprocedures te uniformeren en te vergemakkelijken. In Nederland is dit geïmplementeerd in de Overleveringswet. Op de vraag welke instantie een Europees aanhoudingsbevel (hierna ook: EAB) mag uitvaardigen schrijft artikel 6 lid 1 van het kaderbesluit:

“De uitvaardigende rechterlijke autoriteit is de rechterlijke autoriteit van de uitvaardigende lidstaat die bevoegd is om een Europees aanhoudingsbevel uit te vaardigen krachtens het recht van de uitvaardigende lidstaat.”

De bevoegdheid om een EAB uit te vaardigen komt in ieder geval toe aan de rechter. Volgens de Nederlandse overheid zou echter ook het Openbaar Ministerie (hierna te noemen: het OM) zijn aan te merken als een ‘uitvaardigende rechterlijke autoriteit’ die Europese aanhoudingsbevelen (EAB) zou mogen uitvaardigen. In de memorie van toelichting bij de Overleveringswet staat immers geschreven:

“Uit artikel 6 van het kaderbesluit blijkt dat alle taken worden opgedragen aan justitiële autoriteiten en dat het aan de lidstaten is om te bepalen wie de justitiële autoriteiten zijn.”
En
“Thans heeft de officier van justitie bij de behandeling van uitleveringsverzoeken een leidende rol. Hij is vanaf het begin tot en met het einde betrokken bij een uitlevering. De rechter heeft een doorslaggevende stem, immers zijn ontoelaatbaarverklaring maakt een uitlevering onmogelijk. Niets in het kaderbesluit verzet zich tegen handhaving van deze rolverdeling en een zodanige aanvulling dat de rechtbank ook een positieve eindbeslissing over de overlevering kan nemen.”

Op 27 mei jl. zette de grote kamer van het Hof van Justitie, een streep door deze uitleg.
Anders dan uit de memorie van toelichting bij de overleveringswet naar voren komt, waarin kennelijk genoegen wordt genomen met één rechterlijke toetsing, omvat de regeling van het Europees aanhoudingsbevel op twee niveaus bescherming van procedurele en grondrechten die de gezochte persoon moet genieten. Dus niet alleen moet de beslissing over de daadwerkelijke overlevering door de rechter worden gemaakt, óók de beslissing of een Europees aanhoudingsbevel überhaupt mag worden uitgevaardigd, moet door een rechter zijn genomen. En niet, zoals in de praktijk steeds voorkwam, door het OM

Als het Europees aanhoudingsbevel immers wordt uitgevaardigd door het OM, wordt het risico gelopen dat er twijfel komt te bestaan over de vraag of deze macht wel objectief is uitgevoerd. Dat wil zeggen, dat er rekening is gehouden met alle belastende en ontlastende elementen, terwijl de beslissing niet is ingegeven door instructies of aanwijzingen van de uitvoerende macht (lees: het Ministerie van Veiligheid en Justitie, waar het OM onder valt). Het Hof van Justitie heeft deze bevoegdheid niet willen toevertrouwen aan het OM omdat een waarborg voor onafhankelijkheid niet wordt geboden. Het OM is volgens de Wet op de Rechterlijke Organisatie wel onderdeel van de rechterlijke macht, maar daardoor nog geen rechterlijke autoriteit. Er bestaat teveel twijfel of beslissingen van het OM objectief worden genomen. Al vindt het OM vaak van zichzelf wél dat een zaak objectief wordt benaderd.

In mijn praktijk leidde deze uitspraak van 27 mei jl. een dag later tot de schorsing van de overleveringsdetentie van een cliënt. Een interessante vraag is, wat er dient te gebeuren met toegestane overleveringen die nog niet zijn uitgevoerd. Aangezien het Hof duidelijk heeft overwogen dat de gezochte personen twee niveaus van bescherming dienen te genieten, kunnen deze beslissingen wat mij betreft niet in stand blijven. Als het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd door het OM, is de gezochte persoon immers een beschermingsniveau ontzegd. Invrijheidsstelling zou alsnog het gevolg moeten zijn. Deze uitspraak zal de gemoederen nog wel een tijd bezighouden.

David Penn

Strafrechtadvocaat bij Penn Advocaten