Gebruiksaanwijzing advocaat (deel 4)

In vorige nummers van dit blad gaf ik 13 tips die nuttig kunnen zijn om een goede en effectieve relatie met uw advocaat op te bouwen. Die relatie is belangrijk omdat uw advocaat de enige is die uitsluitend voor u werkt. Hieronder nog enkele tips.

14. Zorg dat uw advocaat zijn stellingen kan onderbouwen.
Persoonlijke omstandigheden kunnen voor de rechter belangrijk zijn bij het bepalen van de strafmaat of bij het beslissen over een schorsingsverzoek. De rechter wil echter niet alleen verhalen horen, hij wil onderbouwing zien van wat er gezegd wordt. Wanneer u in het kader van een schorsingsverzoek aanvoert dat u bij een werkgever aan de slag kunt dan moet u daarvan bewijs over kunnen leggen. Uw advocaat weet dat en wanneer u uw advocaat niet tijdig van bewijsstukken voorziet staat die met lege handen. Goed motto is: geen bewijsstukken, dan ook geen verhalen. Omdat de rechter met verhalen niets doet wanneer die verhalen onderbouwd hadden kunnen worden maar die onderbouwing achterwege blijft.
Stukken kunnen ook van groot belang zijn bij het voeren van verweer tegen de beschuldigingen van de officier van justitie. Wanneer bij u een flink, op het oog onverklaarbaar bedrag in contanten is aangetroffen dan is er sprake van een zogeheten witwas indicatie. U zult met een 9verklaring moeten komen die niet op voorhand onaannemelijk is. Komt u met zo’n verklaring dan moet die door de politie onderzocht worden. Wanneer uw verweer is dat het hier gaat om de opbrengst van een autoverkoop dan moet daar wel enig bewijs voor te vinden zijn. Kunt u geen stukken aanleveren en kunt u ook niets over de koper en/of auto melden, maar laat u uw advocaat het verweer desondanks voeren dan brengt u hem in een vervelende positie. De rechter weet namelijk dat de advocaat weet dat alleen maar verhalen vertellen zinloos is. Een advocaat die een op voorhand zinloze verdediging voert staat voor joker. U kunt dat voorkomen.

15. Werk niet met valse stukken
Wanneer u uw stellingen met bewijsstukken hard kunt maken kan het zomaar gebeuren dat dat tot vrijspraak of strafvermindering leidt. Daarom kan het verleidelijk zijn om bij gebrek aan echt bewijs dit bewijs dan maar te “fabriceren”. Met enige regelmaat zie ik in mijn praktijk dit soort “handenarbeid” langskomen en zeer vaak ook goed als zodanig herkenbaar. Los van het feit dat er dan sprake is van valsheid in geschrift is het ook onverstandig omdat rechters niet achterlijk zijn. Rechters doen niets met stukken wanneer zij de echtheid daarvan niet kunnen vaststellen. Wanneer echter aannemelijk wordt dat er met valse papieren gewerkt is zal dat voor de verdachte doorgaans zeer nadelig uitpakken. De rechter zal namelijk snel denken dat hetgeen de verdachte wil bewijzen juist niet gebeurd is, want waarom anders deze actie? Maar ook zijn advocaat wordt met een probleem opgezadeld want die wil niet bij de rechter met valse stukken aankomen. En dus moet hij bij enige twijfel met zijn cliënt in de slag en zal hij met hem die stukken bespreken. Wanneer de cliënt dan in strijd met de waarheid volhoudt dat de papieren 100% echt zijn kan er in ieder geval voor deze advocaat een zeer ongemakkelijke situatie ontstaan. Niet doen.

16. Niet zweren
Veel van mijn cliënten vertellen mij wat er echt gebeurd is omdat zij beseffen dat dat vaak nuttig is bij het opzetten van een goede verdediging. Wanneer het dossier ook maar enige ruimte laat om vrijspraak te bepleiten zal een advocaat dat altijd doen, ook wanneer hij weet dat zijn cliënt wel degelijk strafbaar gehandeld heeft. Wat tussen advocaat en cliënt besproken is blijft tussen die twee. Een advocaat maakt dus met enige regelmaat mee dat een cliënt in strijd met de waarheid tegen de rechter verklaart dat hij onschuldig is. Dat is dan onderdeel van het spel dat gespeeld wordt en waarin iedereen zijn eigen rol heeft. Mij bekruipt dan overigens wel eens de gedachte dat aan mijn cliënt een goede acteur verloren is gegaan.
Soms neemt dit liegen tegen de rechter echter bijzondere vormen aan. Dan verklaart de verdachte niet alleen dat hij onschuldig is, nee, hij is écht onschuldig. Om die bewering dan kracht bij te zetten zweert hij op zijn onschuld. Dat kan heel erg ver gaan. Ik heb cliënten horen zweren “op alles wat me lief is” tot en met “op het licht in de ogen van mijn kinderen”. Terwijl zij mij volledig hebben geïnformeerd over hun strafbare aandeel in – ik noem maar wat – de wapenhandel. Wat deze cliënten niet doorhebben is dat dergelijke technieken geen enkele positieve invloed hebben op de beslissingen die de rechter moet nemen. Een rechter die de desbetreffende verdachte ondanks al dat zweren toch veroordeeld zal op zijn minst de indruk krijgen dat de kinderen wel erg gemakkelijk worden ingezet. Voor de advocaat is het zaak bij het zweren zijn gezicht in de plooi te houden, terwijl de rechter misschien wel denkt dat hij deze schertsvertoning had moeten voorkomen. De verdachte helpt zichzelf er niet mee en voor procespartijen, waaronder uw eigen advocaat, is het gênant. Van kinderen blijf je af, ook in de rechtszaal.

Wordt vervolgd

Peter Plasman

Peter Plasman

strafrechtadvocaat bij Plasman Advocaten