Eerlijk proces in Nederland is een illusie

Nederland is trots op haar rechtspraak. Onderdeel hiervan is gelijke middelen tussen het Openbaar Ministerie (OM) en verdachte: de ‘’equality of arms’. Is dat in Nederland echt zo?

Het OM kan bijna oneindige middelen inzetten. En de verdachte? Meestal is er geen geld om deskundige in te schakelen. Vaak moet via de rechter een deskundige benoemd worden. Er moet dan veel energie worden gestoken in de onderbouwing van de noodzaak van het gewilde onderzoek. Het OM hoeft dat niet te doen als men een deskundige wil inschakelen.

Recent besprak ik met een cliënt de noodzaak om een second opinion te laten opmaken. Er waren rapporten van een psycholoog en psychiater die tbs adviseerden. Mijn cliënt vond dat er ook andere mogelijkheden waren. Die second opinion moest er komen.

De wet biedt verdachten de mogelijkheid deskundigen aan te wijzen die onderzoek doen. Het is dan wel belangrijk om te weten of die deskundigen daartoe bereid zijn. In de genoemde zaak had ik zes psychiaters en psychologen gevraagd of ik hun naam mocht noemen als ik de rechter zou vragen een second opinion te laten maken. Het waren allemaal psychiaters en psychologen met een goede naam. Ze lieten me allemaal weten dit niet te willen doen. Hierop heb ik ze gevraagd waarom. De deskundigen lieten weten alleen voor het OM te willen rapporteren. Opnieuw vroeg ik waarom. De deskundigen antwoordden onafhankelijk te willen zijn. Dat begreep ik niet. Ik vroeg de psychiaters en psychologen hoe ze onafhankelijk zijn als ze alleen voor het OM en niet voor de verdediging wilden rapporteren, zelfs niet na benoeming door de rechter. Ik kreeg geen antwoord meer. Ze gingen allemaal bij mij op de zwarte lijst.

Als ik wel deskundigen vind die op verzoek van de verdediging onderzoek willen doen is het nog niet makkelijk dat te organiseren. De wet zegt dat de rechter de deskundige benoemt die de verdachte aanbeveelt tenzij het belang van het onderzoek zich daartegen verzet. Toch is er vaak weerstand van het OM maar regelmatig ook van de rechter. Een half jaar geleden vroeg ik het hof in Arnhem een bepaald genoemde psychiater te benoemen. Het hof vroeg niet alleen kritisch maar volgens mijn client zelfs vijandig waarom we die specifieke deskundige wilden. Waarom zou het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie niet een psychiater kunnen aanwijzen? Mijn uitleg dat en waarom er ook bij deskundigen veel verschil is in kwaliteit leverde vraag op vraag op. Uiteindelijk kregen we in deze zaak na een juridisch zwaar gevecht de psychiater die we wilden. Maar als het OM een onderzoek wil hoeft niemand om toestemming te worden gevraagd. Ook niet als men een specifieke deskundige wenst. Een verdachte – die toch al in een kwetsbare situatie zit en vaak zonder geld – moet hemel en aarde bewegen.

Er zijn wel deskundigen die op verzoek van advocaten onderzoek willen doen. Dat is echter een kleine groep. Het gevolg is dat rechters steeds vaker laten merken te betwijfelen of deze deskundigen wel onafhankelijk zijn. Dat is raar. Die vraagtekens hebben rechters meestal niet als deskundigen op verzoek van het OM rapporteren. En bovendien: de deskundigen die advocaten inschakelen en ingeschreven staan in het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen zijn gebonden aan een gedragscode. Onafhankelijkheid is daarbij een hele strenge eis.

Mijn conclusie is dat er – onder andere door de genoemde moeilijkheden – geen sprake is van gelijke middelen. Er is in Nederland dus niet echt sprake van een eerlijk proces. Het is des te belangrijker dat iedere verdachte bijstand krijgt van een echte strafrechtspecialist.

Job Knoester

Job Knoester

strafrechtadvocaat bij Knoester Van Der Hut Alberts & Korteling Advocaten