Onrechtmatige Undercover trajecten?

Over die vraag zal de Hoge Raad zich hopelijk op 17 december aanstaande uitspreken. Dan staat de beslissing gepland omtrent de bezwaren tegen de zogenaamde “Mister Big methode” . Een omstreden undercover traject dat inmiddels in Canada en Engeland zo goed als verboden is in verband met de vele gerechtelijke dwalingen die door deze methode is veroorzaakt in de loop der jaren.

Onschuldige ontmoetingen op vakantie waarbij onder het genot van een drankje nieuwe kennissen worden gemaakt, en gezellig met de kinderen wordt gespeeld, blijken achteraf een gewiekste “infiltratie actie” te zijn waarbij de nieuwe vrienden gewoon 2 agenten bleken te zijn geweest. Of een onschuldige botsing tegen een geparkeerd staande auto bleek opzettelijk te zijn uitgevoerd om in contact te kunnen komen met de persoon die men op de korrel had. Steeds vaker komen we in dossiers gesprekken tegen tussen cliënten en vermeende mede-gedetineerden die zich in hetzelfde transportbusje bevinden. Dit “begripvol” luisterende oor blijkt dan achteraf gewoon een opsporingsambtenaar te zijn geweest. De voorbeelden zijn inmiddels legio. Cliënten die het hebben meegemaakt reageren stuk voor stuk met ongeloof en verbazing. Hun vertrouwen in hun (mede-) mens zijn ze vaak voor de rest van hun leven definitief kwijt.

Uitgangspunt van de “undercoverwetgeving”
Doordat verschillende recherche teams in Nederland in het verleden zonder enige wettelijke basis infiltratie en undercoveroperaties uitvoerden waarbij het in sommige gevallen volledig uit de hand liep (IRT affaire) werden “undercover methodieken” bij wet geregeld. Op 1 februari 2000 is de Wet BOB (bijzondere Opsporings Bevoegdheden) in werking getreden met als doel de georganiseerde misdaad beter te kunnen bestrijden.
Het aanvankelijke uitgangspunt van de “undercoverbepalingen” (Wet BOB) was de bestrijding van de georganiseerde misdaad omdat die door haar “geslotenheid en ondoordringbaarheid” niet met andere middelen bestreden zou kunnen worden. Methoden met verregaande inbreuk op de privacy zouden derhalve gerechtvaardigd zijn.

Het laatste decennium valt te zien dat undercovertrajecten in Nederland niet meer hoofdzakelijk tegen georganiseerde , vooral drugscriminaliteit , worden ingezet maar dat deze instrumenten ook worden gebruikt bij de opsporing van andere misdrijven.
Uit onderzoek (Rapport WODC “Opsporen onder dekmantel” 2010) blijkt dat de undercovermethode van “stelselmatige informatie inwinning” (SI) bij gewone levensdelicten meer en meer toeneemt. Bij familiedrama’s of andere verdenkingen van moord en doodslag vindt de inzet van undercoveragenten steeds vaker plaats. Leek men aan opsporingszijde aanvankelijk nog wat terughoudendheid te betrachten met deze “nieuwe methodieken” inmiddels worden ze veelvuldig in de meest uiteenlopende zaken toegepast

Disproportioneel
Hoewel het hoogste rechtscollege in ons land, de Hoge Raad, meer en meer door de juridische vingers kijkt blijkt dat men in de praktijk in sommige undercoveroperaties eenvoudigweg te ver gaat. Zo oordeelde de Rechtbank te Amsterdam in 2008 in een moordzaak waarbij het slachtoffer nooit is gevonden het volgende:
“Uit het zeer uitgebreide onderzoek komt dan ook feitelijk als enig hard bewijs naar voren de in de kelderbox van verdachte gevonden bloedsporen met het DNA profiel van het slachtoffer”.
Over de jarenlange intensieve en verregaande “undercoveractie” op cliënt oordeelt de Rechtbank als volgt:
“De rechtbank oordeelt dan ook dat het OM , na afweging van alle betrokken belangen , in redelijkheid niet – want disproportioneel – tot (verdere) toepassing van dwangmiddelen jegens verdachte had kunnen besluiten”.

In die zaak waren gedurende een periode van 5 jaren de telefoons van cliënt getapt, observaties verricht , peilbakens geplaatst en uiteindelijk een diepgaand undercovertraject gestart waarbij een nep beveiligingsbedrijf was opgericht waar cliënt zou kunnen gaan werken. Tijdens het traject kon hij alvast geld verdienen met een klus in Engeland. Samen met zijn “nieuwe collega’s moest hij een duikklus uitvoeren tussen de schepen in de haven van Londen. Allemaal super geheim. Na jaren onderzoek en na het volledig op de kop zetten van cliënt ’s leven oordeelde de rechtbank dat dit toch veel te ver was gegaan en dat de actie géén bewijs van enig levensdelict had opgeleverd. Vrijspraak volgde.

Nu ligt dus bij de Hoge Raad de beoordeling over een nieuw fenomeen. Een undercover traject waarbij hoge verdiensten in het vooruitzicht worden gesteld, men financieel volledig afhankelijk wordt gemaakt en gesmeten wordt met geld met als enig doel informatie los te krijgen. De weelde wordt je ontnomen als je géén verklaring aflegt tegenover de grote baas. Uit onderzoek blijken veel mensen te zwichten onder deze financiële druk met risico van valse bekentenissen.

De Hoge Raad zal hopelijk in December korte metten met deze onethische methodiek maken zodat het risico op veroordelingen gebaseerd op valse bekentenissen verminderd .

Arthur van der Biezen

strafrechtadvocaat bij Van der Biezen advocaten