Hoelang mogen ze me hier eigenlijk houden?

Rotterdam – Wanneer je bent aangehouden, zijn er veel onzekerheden. Waarom zit ik hier? Kan ik worden veroordeeld? En hoe lang mogen ze me hier eigenlijk houden? De vraag of je kan worden veroordeeld, hangt af van het bewijs dat voorhanden is. Die vraag hangt af van jouw specifieke zaak. In deze bijdrage probeer ik een antwoord te geven op de vraag hoe lang ze je eigenlijk kunnen vasthouden.

Bijzonder aan het systeem in Nederland is dat het hier niet vreemd is dat je een lange tijd voorafgaand aan je berechting mag worden opgesloten. De eisen om je vast te houden worden wel strenger naarmate dat langer duurt.

Ophouden voor onderzoek
Je aanhouding is bedoeld om je naar het bureau te brengen om je te kunnen ondervragen of onderzoek te doen. Dat noemen we ‘ophouden voor onderzoek’. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het vaststellen van je identiteit en mag door de (hulp)officier van justitie worden bevolen. Je wordt daarbij in elk geval gehoord. Het ‘ophouden voor onderzoek’ mag voor 6 uur duren voor lichte feiten waarvoor voorlopige hechtenis niet kan (wat dat is, komt straks). Dat mag met 6 uur worden verlengd als ze je identiteit willen vaststellen en dat tot dan nog niet gelukt is. In alle andere gevallen mag het maximaal 9 uur duren. Voor ‘ophouden voor onderzoek’ wordt de nacht (tussen 00:00 – 09:00 uur) niet meegeteld. Voor het eerste verhoor heb je een half uur om te overleggen met je advocaat. Als de advocaat niet op het bureau is, kan het zijn dat je moet wachten. Er wordt maximaal 2 uur gewacht.

In verzekering stellen
Als de opsporing nog meer tijd nodig heeft, kan het zijn dat ze je langer willen houden. Dan wordt je in verzekering gesteld. De inverzekeringstelling wordt bijna altijd door de hulpofficier van justitie bevolen. Het mag alleen als het in het belang van het onderzoek is. Dat is overigens vrij snel het geval. De inverzekeringstelling duurt maximaal 3 dagen en kan met 3 dagen worden verlengd. Omdat we niet willen dat je te lang vast zit zonder dat rechter naar de zaak kijkt, moet de zaak uiterlijk na 3 dagen en 18 uur aan de rechter-commissaris worden voorgelegd. Hij toetst dan of de vrijheidsberoving rechtmatig is. De toetst gaat niet te diep op de zaak in. De inhoudelijke behandeling is immers later. Er wordt slecht marginaal naar de zaak gekeken. Inverzekeringstelling mag alleen als voor het feit waarvan je wordt verdacht voorlopige hechtenis mogelijk is.

Voorlopige hechtenis
Wanneer ze je nog langer willen vasthouden, ga je in voorlopige hechtenis. Voorlopige hechtenis is het in bewaring stellen, het gevangenhouden het gevangennemen. Voorlopige hechtenis kan alleen maar door een rechter worden opgelegd. Dat kan de raadkamer of rechter-commissaris zijn. Feiten waarvoor voorlopige hechtenis kan worden opgelegd, worden in de wet opgesomd. Dat zijn feiten waar 4 jaar of meer op staat en een aantal feiten die worden genoemd in artikel 67 lid 1 onder b en c Sv. Dat het feit in de opsomming staat, is niet genoeg. Er moet ook een grond zijn om voorlopig te hechten. Gronden zijn het vluchtgevaar, een gewichtigde reden van maatschappelijke veiligheid die het vasthouden eist, het recidivegevaar oftewel gevaar voor herhaling, het collusiegevaar oftewel het gevaar dat aan het bewijs wordt beïnvloed of weggemaakt dan wel dat de feiten zijn gepleegd in de publieke ruimte tegen personen met een maatschappelijk functie (ambulancebroeders etc.). Voorlopige hechtenis mag alleen als ernstige bezwaren tegen je bestaan.

Tot slot geldt voor de voorlopige hechtenis dat het niet langer mag duren dan de uiteindelijk te verwachten straf.
De bewaring mag maximaal 14 dagen duren. Daarna komt de gevangenhouding. Het kan ook zijn dat je meteen gevangen wordt genomen zonder bewaring. Zowel de gevangenneming als de gevangenhouding duren maximaal 90 dagen. Daarna moet een rechtszaak worden gestart. Het kan overigens zijn dat de officier van justitie op zo’n zaak aan de rechter nog enige onderzoekstijd vraagt. Dat verzoek kan worden ingewilligd, maar ook dan geldt dat de rechter dan de overtuiging moet hebben dat de uiteindelijke straf langer zal zijn dan de gevraagde tijd.

Mr. Joost Verbaan

Wetenschappelijk docent
Straf(proces)recht en directeur van Erasmus
Centre for Penal Studies (ECPS)

Klik hier om uw eigen tekst toe te voegen