Gebruiksaanwijzing advocaat (deel 3)

In mijn twee vorige bijdragen gaf ik u 9 tips die u kunnen helpen om een zo goed mogelijke relatie met uw advocaat op te bouwen. Een prettige samenwerking met uw advocaat is belangrijk, met als doel om aan het eind van de rit een zo goed mogelijk resultaat te behalen. Daarom hierbij nog enige tips.

10. Accepteer de deskundigheid van uw advocaat.
Ondanks het feit dat ik al tientallen jaren de huizen van bewaring plat loop en ik dus echt wel weet wat er zich binnen zoal afspeelt blijf ik mij erover verbazen dat cliënten wel eens geneigd zijn om in te gaan op sommige mallotige adviezen van medegedetineerden. Sterker, voor de wat goedgelovige luisteraar kan de indruk ontstaan dat er flink wat advocaten gratis onderdak van de Staat krijgen. Onlangs sprak ik een cliënt die aan verschillende medegedetineerden had gevraagd welke straf hij ongeveer kon verwachten. Nu kon ik hem dat wel vertellen, maar in de bajes varieerde dat tussen de 2 en 8 jaar. Zinloos dus. Sommige medegedetineerden hebben kennis van zaken, de kunst is om die er uit te pikken. Voor de rest ene oor in, ander eruit en te rade gaan bij uw advocaat. Die heeft ervoor doorgeleerd.

11. Schrik uw advocaat niet af.
Een goede advocaat heeft veel lopende zaken, niet alleen die van u. Wanneer uw advocaat u bezoekt in een wat grotere zaak kan dat zijn omdat hij een bepaald onderdeel van uw zaak met u wil bespreken. Wanneer dat maanden voor de inhoudelijke behandeling is kunt u niet verwachten dat uw advocaat alle ins en outs van uw dossier voor in zijn hoofd heeft zitten. Daar zitten de zaken die op korte termijn dienen, van andere cliënten. Wanneer uw zaak voor de rechter komt wilt u immers ook niet dat uw advocaat te veel bezig is met andere dossiers.
Bezoekt uw advocaat u bijvoorbeeld om te bespreken of u wel of niet gaat meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek dan heeft het niet zoveel zin om de nodige plastic zakken met dossiers mee te nemen naar de spreekkamer om er eens uitgebreid voor te gaan zitten. U laat dan uw advocaat schrikken, die heeft namelijk een bepaalde hoeveelheid tijd en hij komt op dat moment voor iets anders.

12. Bedenk dat niet alle details van belang zijn.
Uw advocaat schrikt ook wanneer hij de zaak met u gaat bespreken en dan blijkt dat u in uw dossier elke tweede zin heeft onderstreept, gearceerd en van uitroeptekens heeft voorzien omdat dat allemaal niet klopt.
Het kán van belang zijn dat een getuige u pas dertien jaar kent en niet veertien jaar zoals hij heeft verklaard maar de kans dát het van belang is is niet zo groot. Wanneer het inderdaad niet van belang is is het weinig zinvol om met u advocaat te gaan bespreken dat u met getuigen kunt bewijzen dat de getuige u wel degelijk pas dertien jaar kent.
Een contra-expertise verzoeken omdat u niet 5.6 kg soft drugs in uw auto vervoerde maar slechts 5.5 kg is ook niet zinvol.
Dat geldt doorgaans ook voor het vermelden van het tijdstip van beëindiging verhoor dat niet helemaal juist is, bijvoorbeeld 5 minuten te laat. Dat is geen valsheid in geschrift, dat is doorgaans niet van belang.
Genoemde zaken zijn niet van belang omdat de rechter ze niet interessant vindt. Uiteindelijk gaat het in strafzaken om de dingen die de rechter belangrijk vindt voor het nemen van zijn beslissingen. Uw advocaat weet meestal beter dan u welke dingen dat zijn.

13. Wees niet slimmer dan uw advocaat.
Een voorbeeld uit eigen praktijk. Met cliënt spreek ik af dat hij zich in zijn verhoor op zijn zwijgrecht zal beroepen. Dat zwijgen spreek ik goed met hem door waarbij ik hem wijs op mogelijke tactieken die de verbalisanten kunnen gebruiken om hem toch aan het praten te krijgen. Dat zijn er nogal wat en het is altijd goed om daar op voorbereid te zijn. Wat dat betreft is het ook een beetje een spel. Cliënt is zeer zelfverzekerd en raakt zelfs een beetje geïrriteerd omdat hij nu echt wel voldoende van mij heeft gehoord dat hij zijn mond moet houden.
Tijdens het verhoor zit ik naast cliënt, ik hoor de vraag en ik hoor mijn cliënt zeggen dat hij zich op zijn zwijgrecht beroept. Uiteraard kijk ik hem niet constant in het gezicht, maar dan blijkt dat hij wel zwijgt maar ook nee schudt en zijn schouders ophaalt. De verbalisanten vinden het interessant genoeg om dat in het proces-verbaal van verhoor te vermelden. Gelukkig voor cliënt was het allemaal niet zo spannend, maar toch wel irritant dat hij mij bijna triomfantelijk aankeek met de woorden “Goed gezwegen toch?”
Ik kon dat alleen maar – hoofdschuddend ! – bevestigen.
Niet doen dus.

Wordt vervolgd.

Peter Plasman

Peter Plasman

strafrechtadvocaat bij Plasman Advocaten