Gebruiksaanwijzing advocaat (deel 1)

Advocaten hebben de vertrouwensband met de cliënt hoog in het vaandel staan. Op de vraag aan een advocaat wat belangrijk is in de relatie tussen advocaat en cliënt volgt steevast dat er een vertrouwensband moet zijn. Maar wat is dat eigenlijk? Volgens mij gaat het erom dat advocaat en cliënt prettig kunnen samenwerken om een zo goed mogelijk resultaat uit de zaak te halen. Die vertrouwensband ontwikkelt zich dan vanzelf. Het ontstaan van die band is voor de advocaat noodzaak, omdat pas dan de cliënt goed bediend kan worden. Daarom hierbij wat tips voor de omgang met uw advocaat.

1. Jok niet tegen uw advocaat.
De verdachte mag zwijgen, hij mag verdraaien, hij mag de halve waarheid vertellen en hij mag liegen. Of dat altijd handig is is iets anders. Wanneer u naar de dokter gaat omdat u een scherpe hoofdpijn voelt maar u aan de dokter vertelt dat u buikpijn hebt (omdat u bang bent voor een tumor in uw hoofd) kunt u net zo goed niet gaan. Net als de dokter kan de advocaat veel beter uit de voeten wanneer hij weet hoe het zit. Natuurlijk is de waarheid niet altijd belangrijk, maar dat merkt u dan wel.
Er schijnt soms wat huiver te bestaan om aan de advocaat te bekennen, die zou dan minder zijn best gaan doen. Zo werkt het echt niet. Sterker, ik vertel mijn cliënten dat het doorgaans niet zo’n kunst is om een onschuldig persoon vrijgesproken te krijgen, de echte uitdaging zit in andersoortige zaken.

2. Vraag de advocaat niet om u te geloven.
Het is helemaal niet interessant of de advocaat u gelooft of niet, zijn manier van werken zal (mag) daardoor niet veranderen. Voor de advocaat is het vragen om geloven alleen maar vervelend want hij kan dan toch moeilijk zeggen dat hij u niet gelooft. En wel geloven? Op basis waarvan? Sterker, wanneer de advocaat zegt dat hij u gelooft zal dan voor u duidelijk zijn waarom precies? Vaak niet en dan kunt u toch gaan denken dat u een goedgelovige advocaat te pakken hebt. Wilt u dat denken ?

3. Kom niet met zaken van anderen.
Uw advocaat kan er echt niets mee wanneer u hem vraagt waarom u nog binnen zit en een medegedetineerde al buiten is. U zit namelijk op basis van uw dossier en niet op basis van het dossier van die ander. Een advocaat praat niet graag over dossiers die hij niet kent. Het is namelijk zinloos.

4. Laat uw advocaat alleen komen wanneer dat zin heeft.
Een advocaat is géén maatschappelijk werker en ook geen reclassering. Het is meestal geen enkel probleem uw advocaat te vragen u even op te roepen wanneer hij er toch is, maar bedenk dat een bezoek speciaal voor u vaak een dagdeel kost.
Soms krijg ik van een cliënt te horen dat een medegedetineerde elke week door zijn advocaat bezocht wordt. Klinkt leuk, maar dat moet wel kunnen. En hoe kan dat dan ?

5. Verplaats u een beetje in uw advocaat.
Een advocaat heeft regelmatig te maken met cliënten die hem – vooralsnog – vertellen dat ze onschuldig zijn (zie tip 2). Dat is prima, maar dat hoeft niet bij elk bezoek met veel woorden herhaald te worden. Dat kost namelijk tijd en energie die beter aan de zaak zelf besteed kan worden.
Wanneer u de advocaat vertelt dat u onschuldig bent zal dat voor hem uitgangspunt zijn (past ook mooi in de onschuldpresumptie). Mocht uw advocaat dat op basis van het dossier toch op het oog niet de meest handige proceshouding vinden dan zal hij dat met u bespreken. Uiteindelijk beslist u.
Maar het kan helpen wanneer u weet dat uw advocaat weet dat statistisch slechts in 10% van de zaken die door de rechter beslist worden, een vrijspraak volgt.

Wordt vervolgd.

Peter Plasman

Peter Plasman

strafrechtadvocaat bij Plasman Advocaten