Ennetcom-server misbruikt als uitlokkingsmiddel?

In een strafzaak die ik momenteel in behandeling heb blijkt dat Amerikaanse opsporingsdiensten sinds jaren drugslijnen runnen die lopen via het “Darkweb” waarbij zij actief communiceren via PGP-telefoons gebruikmakende van de inmiddels beroemde, of moet ik zeggen beruchte, “Ennetcom server’. Om zogenaamd veilige bestellingen te kunnen doen werd vervolgens door de Amerikaanse infiltrant(en) voorgesteld om PGP toestellen te gaan gebruiken en werd over en weer verzending van de toestellen door hen geregeld waarin de “handelsnummers” voorgeprogrammeerd waren. Jarenlang werd er zo gecommuniceerd en werden bestellingen en aanvoerlijnen door de Amerikanen in kaart gebracht en gemonitord. Vervolgens zijn de Nederlandse opsporingsambtenaren in de bedoelde drugszaak op basis van “anonieme informatie” afkomstig uit het buitenland een strafrechtelijk onderzoek gestart. Naar aanleiding van oeverloze vragen van de kant van de verdediging en herhaalde verzoeken is nu boven water gekomen dat de zaak reeds lang gedraaid werd door de Amerikanen en dat er van toevallig boven water gekomen informatie géén sprake is.

De rechtbank formuleerde vervolgens zelf vragen over deze (dubieuze ?) gang van zaken. Zij wilde weten wanneer er afspraken gemaakt waren tussen de Nederlandse en Amerikaanse opsporing-diensten, wie er concreet bij bijeenkomsten aanwezig waren geweest en wat de onderwerpen waren die de opsporingsinstanties met elkaar gemaakt hadden. Tevens diende de vraag beantwoord te worden of de Nederlandse speurneuzen op de hoogte waren van het undercover-traject dat door de Amerikanen werd en kennelijk wordt gerund.
Zoals te verwachten viel kwamen er vage en ontwijkende antwoorden in de vorm van aanvullende PV’s. Antwoorden waar de verdediging vervolgens weer (vrijwel) niets mee kon en die absoluut geen openheid van zaken gaven. Omdat niet duidelijk werd vanaf wanneer de Nederlanders nu op de hoogte waren van de Amerikaanse undercover- infiltratie activiteiten dienen nu, ruim een jaar later, Nederlandse getuigen alsnog gehoord te worden.
Er is dus nog hoop in deze zaak. In ieder geval de hoop dat de rechtbank ook heldere antwoorden wil hebben.

Naast deze moedige beslissing heeft de rechtbank nog als volgt geoordeeld , dat: “ De stukken in handen worden gesteld van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken, teneinde: het onderzoek door de raadslieden in de Ennetcom data te coördineren” En dat was echt nodig. Reeds sinds enige tijd is aan de verdediging in deze zaak (het voorrecht ?)
gegund om in de schier uitzichtloze Ennetcom data onderzoek te doen verrichten naar de precieze gang van zaken in deze strafzaak. Een enorme hoeveelheid Ennetcom data is op dvd’s aan de verdediging verstrekt dat na opening vrijwel schier onleesbaar blijkt te zijn. Tijdstippen, codes en andere gegevens lopen volledig door elkaar heen en tekstbestanden moeten in de gegevens gekopieerd en gefilterd worden. Volstrekt onbegonnen werk dat uren zo niet dagen in beslag neemt.

Geklaagd over deze gang van zaken heeft de rechtbank nu dus besloten dat de zoektocht / analyse van de verdediging in deze Ennetcom gegevens door de rechter-commissaris dient te worden gefaciliteerd en gecoördineerd, wat concreet (volgens ons dan) inhoud dat voor technische ondersteuning gezorgd dient te worden zodat ook de verdediging ermee uit de voeten kan. Equality of arms rechtvaardigt een dergelijke ondersteuning aangezien het OM zich ten alle tijden van een heel leger technici kan voorzien terwijl de advocatuur het zelf maar moet uitzoeken.

In verschillende lopende strafzaken, waar de bewijslast hoofdzakelijk op deze Ennetcom data is gebaseerd , wordt aangevoerd dat het OM haar boekje te buiten gaat nu de Canadese rechter, die toestemming gaf tot de overdracht van deze miljoenen (telefoon-) berichten, nimmer een zo omvangrijk gebruik voor ogen had. Vrijblijvende “fishing expeditions” door opsporingsambtenaren was niet de bedoeling nu dat immers een flagrante schending van het recht op privacy zou opleveren. Wat men nu echter ziet gebeuren in Nederland (en hoe zit het daarbuiten ?) is precies hetgeen de Canadese rechter nimmer gewild heeft.
Reeds verschillende advocaten hebben opgeroepen om op dit punt de krachten te bundelen om in kaart te brengen in hoeveel strafzaken deze data inmiddels gebruikt wordt en wat de uiteenlopende rechterlijke standpunten en beslissingen zijn omtrent dat gebruik.

Dat er echter op grote schaal gebruik van gemaakt wordt is inmiddels wel duidelijk. Van een zorgvuldig en proportioneel handelen waarbij de waarborgen en rechten van onschuldige burgers gerespecteerd en beschermd worden lijkt daarbij géén sprake meer te zijn.
Wordt vervolgd……….

Arthur van der Biezen advocaat

Arthur van der Biezen

strafrechtadvocaat bij Van der Biezen advocaten