De zaak Hooge Zwaluwe

In mei 2015 wordt een Belgische man door zijn vrienden afgeleverd bij een ziekenhuis te Breda met een doorschotwond in zijn onderrug en met uiteenlopende verwondingen als gevolg van meerdere vuistslagen. De aard van de verwondingen, met name het schotletsel, doet het medisch personeel besluiten om de politie te bellen. Direct na de operatie en nog duizelig van de narcose wordt mijn latere cliënt verhoord door de politie.

Hij geeft aan samen met 4 anderen uit België naar Brabant te zijn gereden om aldaar iets te kopen. In een klein vakantiehuisje gelegen in Hooge Zwaluwe zou de deal plaatsvinden. De tegenpartij had het te verkopen materiaal bij zich en cliënt en de zijnen hadden een groot geldbedrag bij zich. Er doen geruchten dat het zou gaan om een bedrag van circa 500.000 euro cash. Gezeten in het huisje met het geld voor hun neus om geteld te worden gebeurt er voor cliënt iets volstrekt onverwachts: met een hoop herrie en gestommel rennen er meerdere gewapende mannen van de eerste etage van het huisje de woonkamer in; mannen met bivakmutsen op roepende; “politie, politie op de grond liggen”.
Met politiebadges en vuurwapen in hun handen denkt cliënt aanvankelijk dat het inderdaad om een politie inval zou gaan. Al snel blijkt het echter anders te zitten. Cliënt en de zijnen worden zwaar mishandeld en worden liggend op de grond getie-ript. Op de grond worden ze nogmaals geslagen en geschopt. Duidelijk is dan inmiddels dat het niet om politie gaat maar om een ordinaire ripdeal…waarbij zij slechts beroofd zullen gaan worden van hun geld.
Liggend op de grond verzet cliënt zich verbaal tegen de overvallende mannen. Vervolgens wordt gezien dat één van de overvallers naar cliënt toeloopt….bukt en hem van dichtbij zonder pardon door zijn onderrug schiet…met blijvend letsel als gevolg zoals later zal blijken. Het is nu voor cliënt en zijn vrienden duidelijk dat zij deze overval waarschijnlijk niet zullen gaan overleven. Woedend en angstig door het extreme en disproportionele geweld weet een van de mannen zich los te breken uit zijn tierips en staat op om de anderen te bevrijden. Direct ontspant zich een enorme vechtpartij waarbij op leven en dood wordt gevochten. Cliënt en de zijnen weten de aanvallers uiteindelijk te overmeesteren en vluchten uit het piep kleine huisje.

Twee dodelijke slachtoffers
Als de politie kort daarna bij het vakantiehuisje aankomt treffen ze twee dodelijke slachtoffers aan. Eén ligt buiten voor het huisje terwijl de andere binnen tegen de muur zit. Beiden blijken door meerdere kogels getroffen te zijn.
Dan vindt er een omvangrijke politieonderzoek plaats naar de vraag wat er zich nu precies in het betreffende huisje moet hebben afgespeeld. Terwijl cliënt vanaf dag 1 aangeeft niet geschoten te hebben en géén wapen bij zich gehad te hebben verblijft hij ruim 400 dagen in detentie waarna zijn voorlopige hechtenis geschorst wordt. Ter verdediging heb ik reeds bij de eerste zittingen aangegeven dat wat er ook gebeurd mogen zijn er zondermeer gesproken kan en mag worden dat door de “Belgen” uit noodweer is gehandeld. Hoe anders kan je een situatie betitelen waarin je getiep-ript wordt en vervolgens door je rug geschoten wordt. Dat is een evidente noodweer situatie. Een situatie die los staat van de vraag wat men nu eigenlijk voornemens was om te kopen en te verkopen. Vele jaren aan zittingen en onderzoek gaan vervolgens voorbij. Op mijn verzoek is er in deze periode een uitvoerige reconstructie gehouden in het betreffende huisje waaruit helder naar voren kwam wat een hel het aldaar geweest moet zijn en hoe piepklein en benauwd het betreffende huisje wel niet was. Zonder meer wordt duidelijk dat dit een trauma veroorzakende gebeurtenis moet zijn geweest. Na nog verschillende onverwachte incidenten ter zitting , zoals het aantreffen van het DNA van de spijkerbroeken verkoper in de kontzak van een van de slachtoffers, wordt er na ruim 4 jaar eindelijke gerekwireerd door de officier van justitie.

Moord cq doodslag
Hij concludeert in zijn lange betoog vervolgens dat het niet anders kan dan dat de twee slachtoffers beschoten moeten zijn door de verdachten die terecht staan voor moord cq doodslag, doch dat hij niet kan bewijzen wie nu precies welke handeling(en) heeft verricht. Op basis van deze redenering zou er doodslag bewezen geacht moeten worden. Terwijl iedereen vervolgens een enorme strafeis verwacht gaat de officier verder met de stelling dat…als er dan geschoten is door iemand uit de groep van de verdachten dat dit dan noodweer oplevert dan wel noodweer exces en dat de verdachten hun gedrag dus niet verweten kan worden. Hij rekwireert vervolgens tot bewezen verklaring van doodslag doch eist in verband met de “schulduitsluitingsgrond noodweer (-exces)” géén straf waarmee bij mijn standpunt deelt dat ik reeds bij de rechter-commissaris” ruim 4 jaren geleden heb gepleit in het kader van een verzoek om schorsing van de voorlopige hechtenis en dat vervolgens ter zitting door mij meerdere malen is herhaald.

Arthur van der Biezen

strafrechtadvocaat bij Van der Biezen advocaten